De wandeling begint bij station Amsterdam RAI, midden in de stad, maar al snel voelt het alsof ik de drukte achter me laat. Vrijwel direct loop ik het Beatrixpark in, een groene oase verscholen tussen kantoren en wegen. Het is nog vroeg, de stad komt net op gang, en hier in het park hangt een rustige, bijna ontspannen sfeer.
Langs het Amstelkanaal wandel ik verder richting het Olympisch Stadion. Het water ligt er kalm bij en weerspiegelt de gebouwen en bomen langs de kant. Even verderop hoor ik het kenmerkende geluid van een oude tram. De Museumspoorlijn rijdt hier nog altijd, een stukje rijdend erfgoed dat het verleden tastbaar maakt terwijl het zich langzaam een weg baant door het groen.
De stad maakt geleidelijk plaats voor natuur wanneer ik richting het Amsterdamse Bos loop. Bij de Bosbaansluis wordt dat contrast extra duidelijk. Hier wordt het water van de Bosbaan verbonden met het Nieuwe Meer. De Bosbaan zelf ligt opvallend diep, een overblijfsel van de grootschalige aanleg van het bos in de jaren dertig als werkverschaffingsproject. Wat ooit bedoeld was als recreatiegebied en roeibaan, is nu uitgegroeid tot een van de belangrijkste groene longen van de regio.
Verderop passeer ik de voormalige drafbaan, een plek waar ooit paardenraces werden gehouden. Het is bijzonder hoe zulke plekken langzaam opgaan in het landschap en een nieuwe functie krijgen. De route voert me daarna door de Amstelveense heemparken, het Jac. P. Thijssepark en De Braak. Hier verandert de wandeling opnieuw van karakter.










































