Omdat ik vandaag vroeg thuis wil zijn, begin ik ook vroeg. Rond kwart over zeven arriveer ik in Malden. Vanaf de Molensingel loop ik vrijwel direct de bossen van Heumensoord in. Het is nog donker onder het bladerdek, stil ook. Alleen mijn voetstappen en het zachte geritsel van het bos begeleiden me.
Ik loop om zweefvliegveld Malden heen richting Molenhoek en het Jachtslot Mookerheide. Wanneer ik de Mookerheide op kom, begint het langzaam licht te worden. De omgeving ontvouwt zich stukje bij beetje. De Mookerheide ligt hier op zo’n vijftig meter hoogte en heeft niet alleen een mooi landschap, maar ook een beladen geschiedenis. In 1574 vond hier de Slag op de Mookerheide plaats, waar de broers van Willem van Oranje vochten tegen de Spanjaarden. Het besef dat je over zulke grond loopt, geeft het gebied extra betekenis. Ook de contouren van de Heumense Schans zijn nog zichtbaar in het landschap.
Na de openheid van de hei loop ik verder door de Startse- en Zevendal. Deze droge dalen zijn gevormd in de ijstijd, toen smeltwater diepe geulen uitsleet. Nu liggen ze er rustig bij, zonder stromend water, maar de vormen in het landschap vertellen nog altijd hun verhaal.
Vanaf Plasmolen gaat het weer omhoog. Echt vlak is het nergens vandaag. De route blijft klimmen en dalen, en dat maakt het een pittige tocht. Ik bereik de Sint Jansberg, een voormalig landgoed met hellingbossen, akkers en houtwallen. Hier kom ik langs bronnen, beekjes en kleine vijvers. Het landschap is gevarieerd en levendig, met op de achtergrond de hogere toppen zoals de Kiekberg en de Sint-Maartensberg.
Wanneer ik het bos uitkom, bereik ik Groesbeek. Hier verandert de sfeer opnieuw. In de wijngaarden zijn boeren bezig met de druivenranken, voorbereiding op de oogst later in het jaar. Het blijft bijzonder dat hier, op deze lössgronden en glooiende heuvels, inmiddels volwaardige wijnbouw plaatsvindt.
Na Groesbeek steek ik de grens over naar Duitsland en kom in het Reichswald. Dit uitgestrekte bosgebied voelt anders, ruimer en stiller. Het landschap golft zacht en je weet dat hier dieren leven als reeën, herten en wilde zwijnen. Tijdens eerdere wandelingen heb ik ze gezien, vandaag blijft het bij sporen en stilte.
Na een aantal kilometers door het bos bereik ik de rand van Kranenburg. Het stadje heeft een lange geschiedenis, die teruggaat tot de dertiende eeuw. Door de vondst van een wonderbaarlijk kruis groeide het uit tot een bedevaartsoord. Nog altijd is die geschiedenis voelbaar in de sfeer van het centrum.
In Kranenburg neem ik de bus terug naar Nijmegen. Met al het klimmen en dalen zit de inspanning goed in de benen. Het was een stevige, maar prachtige wandeling, waarin natuur, hoogteverschillen en geschiedenis mooi samenkwamen.


























