Laag Holland is een bijzonder stukje Nederland, net boven het Noordzeekanaal, waar het landschap nog echt voelt zoals je het je voorstelt bij het woord ‘Hollands’. Hier geen drukte of haast, maar ruimte, rust en vergezichten die eindeloos lijken door te lopen.
De route voert langs kleine, rustieke dorpjes met smalle straatjes en oude huizen, soms open en zichtbaar in het landschap, dan weer verscholen achter dijken. Overal is water. Slootjes, vaarten en plassen doorkruisen het land en geven het gebied zijn karakteristieke uitstraling. Daartussen liggen uitgestrekte groene weilanden, waar het land laag en open is, en waar de lucht altijd aanwezig lijkt.
Verspreid in het landschap staan molens, als stille wachters van een verleden waarin waterbeheer van levensbelang was. Ze geven het gebied niet alleen zijn gezicht, maar vertellen ook het verhaal van hoe dit land gevormd en behouden is.
Tussen al dat groen liggen oude stadjes en dorpen, plekken waar de tijd soms lijkt stil te hebben gestaan. Hier klinken nog de verhalen van vroeger, van zeevaarders en walvisvaarders die ooit van hieruit vertrokken. Hun geschiedenis echoot door de straatjes, zichtbaar in gevels, havens en oude panden.
Laag Holland is geen gebied dat zich opdringt. Het laat zich rustig ontdekken, stap voor stap. Juist die eenvoud, die combinatie van water, land en historie, maakt het tot een uniek stukje Nederland.






















