De Trage Tocht rond Zeist is er één die zich aaneenrijgt van bos, historie en open landschap. Vanaf het station steek ik slechts de provinciale weg over en sta direct op landgoed De Breul. Hier begint de wandeling meteen goed, met een prachtige Engelse landschapstuin waarin slingerende paden en oude bomen het tempo bepalen.
Na het oversteken van de Arnhemse Bovenweg duik ik het bos in, richting de schaapskooi op Heidestein. Het pad voert me langs de Stuifheuvel naar het Zeisterbos. Hier verandert de sfeer opnieuw. Het landschap wordt ruiger, met hoge stuifduinen en kronkelende paden. Niet voor niets werd dit gebied al in de negentiende eeuw “Klein Zwitserland” genoemd. Tussen de bomen staan zelfs grove dennen die teruggaan tot 1795, stille getuigen van de lange geschiedenis van dit bos.
Langs een droge gracht bereik ik buitenplaats Pavia, een klassieker onder de landgoederen. Daarna volgt een statige laan door het park van Hoog Beek en Royen, waar de grandeur van vroeger nog duidelijk voelbaar is.
In het centrum van Zeist verandert het decor even. Via de Nassau Odijklaan loop ik in een rechte lijn naar Slot Zeist. De aanblik is indrukwekkend, mede door het Zuster- en Broederhuis van de Hernhutter Broedergemeenschap die de laan flankeren. Het geheel heeft iets symmetrisch en bijna plechtig. Slot Zeist zelf, ooit bewoond door Willem van Nassau, vormt het historische hart van de route.
Na deze stedelijke grandeur zoek ik weer de rust op. De landgoederen Wulperhorst en Blikkenberg brengen me terug in het groen. Hier wordt het stiller, de paden smaller, en het landschap weer natuurlijker.
Langs een voormalige ijsbaan en via het Perenlaantje opent het landschap zich opnieuw. Akkerlanden en weilanden wisselen elkaar af en geven de wandeling een landelijk slotstuk.
Uiteindelijk keer ik terug bij De Breul, vlak bij het station. De cirkel is rond. Een wandeling waarin bossen, buitenplaatsen en open velden elkaar moeiteloos afwisselen en samen een rijk en afwisselend geheel vormen.

















