Ik wandelde op Urk, een dorp dat tot 1939 nog een eiland was in de Zuiderzee. Tegenwoordig ligt het midden in Flevoland, omringd door land dat ooit zee was. Toch voelt Urk nog altijd als een eiland. Alsof het water nooit helemaal verdwenen is.
Dat zit niet alleen in het landschap, maar vooral in de taal en beleving van de mensen. Je bent hier niet in Urk, maar op Urk. Voor de inwoners is dat geen detail, maar een vanzelfsprekendheid die hun geschiedenis weerspiegelt.
Tijdens de wandeling zie je overal sporen van dat verleden. Smalle straatjes, oude vissershuisjes dicht op elkaar en steeds weer dat zicht op het water. Want hoewel de Zuiderzee nu het IJsselmeer heet, is de verbondenheid met de zee nooit verdwenen.
De visserij en scheepvaart vormen nog altijd het kloppend hart van het dorp. In de haven liggen de kotters, soms stil, soms in beweging, maar altijd aanwezig. Ze geven Urk een eigen, rauwe en tegelijk vertrouwde sfeer.
Urk is geen plek waar je zomaar doorheen loopt. Het is een plek die je voelt. Waar het verleden nog tastbaar is en waar het eilandgevoel, ondanks alles, nog altijd springlevend is.




















