Leeuwarden

De geschiedenis van Leeuwarden reikt ver terug, tot in de Romeinse tijd. Al op de plek waar nu de scheve toren van de Oldehove staat, woonden destijds mensen. Het landschap zag er toen heel anders uit: geen stad zoals we die nu kennen, maar een gebied van water, getijden en kleine verhogingen.

Leeuwarden ontstond op terpen, kunstmatig opgeworpen heuvels die bescherming boden tegen het water van de Middelzee. Aan deze zeearm lagen verschillende nederzettingen, omringd door water en doorsneden door kleine riviertjes zoals de Ee, de Vliet en de Potmarge. Deze waterlopen kwamen hier samen en stonden in directe verbinding met de zee.

Langzaam maar zeker veranderde het landschap. De Middelzee slibde dicht en werd later ingepolderd. Wat ooit een open verbinding met de zee was, werd land. De terpen, ooit eilandjes in het water, kwamen steeds meer met elkaar in verbinding te staan. Zo groeiden losse nederzettingen uit tot één geheel: Leeuwarden.

De naam van de stad duikt voor het eerst op in een schenkingsakte uit de achtste eeuw. In een document van de abdij van Fulda wordt gesproken over “villa Lintarwde”. Het is een vroege vermelding, maar wel één die laat zien hoe oud de wortels van de stad zijn.

Wat begon als een verzameling terpen in een waterrijk gebied, groeide uit tot de hoofdstad van Friesland. Een stad waarin die lange geschiedenis nog altijd zichtbaar is, voor wie goed kijkt.