Giethoorn

Giethoorn voelt als een dorp uit een sprookje. Hier geen druk verkeer of rijen auto’s, maar smalle waterwegen, bruggetjes en paden waar je je alleen varend, wandelend of fietsend verplaatst. Het ritme ligt er anders, rustiger, bijna vanzelfsprekend.

Niet voor niets wordt Giethoorn vaak het “Hollands Venetië” genoemd. Het toeristische hart van het dorp bestaat uit kleine eilandjes, die met maar liefst 176 bruggen met elkaar verbonden zijn. Op die eilandjes staan karakteristieke boerderijen met rieten daken, veelal gebouwd in de achttiende en negentiende eeuw. Samen vormen ze een uniek en herkenbaar landschap.

Jaarlijks weten zo’n miljoen bezoekers de weg naar Giethoorn te vinden. Dat is mede te danken aan de film Fanfare van Bert Haanstra uit 1958. Deze film, die zich afspeelt in een fictief dorpje maar in Giethoorn werd opgenomen, trok miljoenen kijkers en zette het dorp definitief op de kaart.

Toch, ondanks de drukte, zijn er nog altijd momenten en plekken waar de rust overheerst. Waar het water zachtjes kabbelt, de bruggetjes zich aaneenrijgen en het dorp zijn bijna tijdloze karakter laat zien.

Giethoorn is geen gewone bestemming. Het is een plek die je niet alleen bezoekt, maar beleeft. Stap voor stap, of beter gezegd: sloot voor sloot.