Het zou een bijzondere dag worden, die 10e december 2017. Code rood was afgegeven: sneeuw, wind en ijzel. Voor veel mensen reden genoeg om binnen te blijven, maar een wandelaar laat zich daar niet zomaar door tegenhouden.
De rit naar Borkel en Schaft verliep verrassend rustig. Geen sneeuw, geen wind, geen ijzel. Pas toen we aankwamen op het Monseigneur Kuypersplein begon het lichtjes te sneeuwen. Van de negen geplande wandelaars waren er nog vier over; vijf hadden zich toch laten afschrikken door de voorspellingen.
Voor vertrek doken we eerst het bruine café De Woeste Hoeve in voor iets warms. Buiten viel nog altijd wat natte sneeuw, niet bepaald het weerbeeld dat bij code rood hoort. Maar nog geen moment later veranderde alles. De vlokken werden dikker, zwaarder, en bleven liggen. Binnen korte tijd was de wereld wit.
We trokken de vallei van de Warmbeek in, een uitgestrekt en vlak landschap langs de Belgisch-Nederlandse grens, met natte hooilanden, broekbossen en kleine bospercelen. Veel daarvan konden we alleen vermoeden, want het zicht was soms nog geen vijf meter. Vier wandelaars veranderden langzaam in sneeuwpoppen, voortploeterend door een steeds dikker wordend wit tapijt.
Halverwege vonden we beschutting bij een horecagelegenheid. Rond de haard droogden jassen, handschoenen en sjaals langzaam op. Buiten bleef de sneeuw vallen, en even kwam de twijfel: blijven we hier, of gaan we weer naar buiten? Maar die twijfel duurde niet lang. We trokken onze nog halfdroge spullen aan en gingen weer op pad.
Alsof het zo moest zijn, stopte het sneeuwen vrijwel direct. De lucht klaarde op en het landschap kwam tevoorschijn onder een dikke laag sneeuw. Wat eerder nog een witte waas was, werd nu een prachtig winterdecor. In de omgeving van Borkel en Schaft passeerden we plekken als het Mulke, de Tomp, de Laathoeve Beverbeek en de Achelse Kluis—namen die in dit stille, besneeuwde landschap bijna iets mystieks kregen. Het Mulke, de resten van de laatste watermolen van het land van Grevenbroek, lag er verstild bij.
Na zo’n twintig kilometer wandelen—of beter gezegd: glijden—keerden we terug in Borkel en Schaft. In hetzelfde café waar we waren begonnen, sloten we de dag af met een drankje en een portie bitterballen.
Het was zo’n dag die je bijblijft. Niet ondanks het weer, maar juist dankzij het weer.











