Vandaag besluit ik 2 etappes te lopen in totaal 32 km. Dat zou te doen moeten zijn, van Groesbeek naar Gennep en dan door naar Vierlingsbeek.
Ik begin vandaag rond 8.00 uur in Groesbeek, en het is erg mistig ochtend. Vanaf de start ben ik snel het dorp weer uit, en loop ik door de bossen richting de St. Jansberg. Deze berg is 75 meter hoog en er ontspringen diverse beken en bronnen. De berg is door de schurende werking van de Maas in het verleden ook nog eens erg steil.
Via smalle kronkelende bospaadjes en langs kleine vennetjes verlaat ik de St. Jansberg aan de oostkant. Voor me ligt het voormalige stroomgebied van de Rijn.
De route loopt verder over de Grensweg, met links het hoge Duitse Reichswald en rechts het vlakke Noord-Limburgse landschap, een bijzonder gezicht.
Na een half uur Grensweg kom je uit op een viersprong. Hier moet je rechtsaf, via een lange wat saaie lange weg loop ik richting Gennep. Over de brug van de snelstromende beek “Niers” loop ik het centrum binnen. Hier besluit ik koffie te drinken en wat te eten. Na de pauze ga ik door met de etappe naar Vierlingsbeek
Omstreeks 8.00 uur arriveer ik in Millingen aan de Rijn. Erg vroeg dit keer, en het is ook nog erg donker. Maar er is regen voorspeld in de middag, dus als ik doorloop kom ik droog aan in Groesbeek was mijn gedachte.
Vandaag voert een deel van de tocht opnieuw door een stukje Duitsland. Na een klein stuk door het dorp gelopen te hebben loop je al snel Millingen uit, langs de voetbalvelden en het kerkhof. Eerst over een zandpad, en vanaf de Zeelandsche Hof over een langs stuk graspad langs een sloot.
Net voor Leuth loop je langs de uit 1810 opvallende terpboerderij ‘Plezenburg”. Ik loop verder door Leuth. Over de dijk met druk verkeer kom ik uit bij een oud stenen bruggetje, die is voorzien van twee grote bogen. Dit is de grensovergang met Duitsland. En zo loop ik Duitsland binnen. Richting Zyfflich.
Midden in Zyfflich slaan je rechtsaf richting het Wylermeer. Kort na het Wylermeer sta je aan de voet van de Duivelsberg. Deze 76 meter hoge berg maakte tot 1949 nog deel uit van Duitsland.
De klim begint naar het pannenkoekenhuis de Duivelsberg. Boven bij het pannenkoekenhuis komen het Grote Rivierenpad, het Streekpad Nijmegen en het Pieterpad samen.
Eenmaal boven begint het toch eerder te regen dan voorspeld. Vanaf de Duivelsberg gaat de tocht door het bos, en langs de vele weilanden, en achter het Canadees kerkhof langs. Over het erf van boerderij “Hoge Hof” loop je richting de Zevenheuvelenweg, die je oversteekt. En via de Oude Zevenheuvelenweg loop je Groesbeek binnen. Inmiddels drijfnat geregend.
De start vandaag in Braamt is laat. Het openbaar vervoer naar dit dorp komt op zondag pas laat op gang. Vanaf de Korteweg in Braamt loop je direct de Hettenheuvel op, een pittige klim 86 meter omhoog.
Daarna is het heuvel op en heuvel af in een bijna rechte weg door het bos richting de E35, in Nederland nog de A12. Nog voor je de snelweg overgaat loop je op Duits grondgebied.
Langs oude boerenschuren ga je weer het bos in, daar loop je opeens op het blote voetenpad. Het blote voetenpad loopt even samen met het Pieterpad het pad is 3,5 kilometer lang en loopt over verschillende bodemsoorten en door ijskoud water, het in Duitsland bekende ‘Wassertreten’.
Direct daarna loop je Hoch Elten binnen. Hier ga ik bij de kerk een stukje van het pierpad af om langs een uitzichtpunt te lopen. Vanaf dit punt heb je een mooi uitzicht over het Rijndal, en is de brug van Emmerich, en de Stiftskerk in Kleve redelijk goed te zien, het is vandaag wat heiig. Een paar meter kom ik weer terug op het Pieterpad. Verder lopend kom je langs de 57 meter diepe Drususbron, deze behoort tot de oudst bekende burchtbronnen. Naar volle tevredenheid van de Hoch-Eltenaren voorzag de bron tot voor kort nog in hun waterbehoefte. De put is in de volksmond genoemd naar de Romeinse generaal Drusus, maar onderzoek heeft uitgewezen dat de put waarschijnlijk is gemaakt in de tijd van de Franken, zo rond 750 na Chr.
Na Hoch Elten gaat het snel en stijl bergafwaarts, en loop je onder de spoorlijn Zevenaar-Emmerik door Nederland binnen. Vanaf hier is alles bijna weer verhard. Door Spijk, en over de Spijksedijk richting het ooit bloeiend douanedorp Tolkamer. Net voor Tolkamer besluit ik even wat te pauzeren, vooral om niet te snel bij het pontje van Millingen aan te komen. Deze vaart vanaf oktober tot april om de 2 uur, en volgens mijn horloge zou hij binnen een kwartiertje gaan varen. Vanaf hier is het namelijk nog ongeveer een uurtje lopen. En ik had geen zin om meer dan een uur langs de koude Rijn te gaan zitten.
Na de pauze loop ik verder langs Tuindorp, het dorp is rond 1920 gebouwd door Scheepswerf De Hoop als huisvesting voor de toen aangetrokken Poolse arbeiders. Deze vertrokken weer snel en daarna is het blijven bestaan als buurtgemeenschap van het dorp Tolkamer.
Verder langs de voormalige Bijlandse Waard, deze is door zand- en grindwinning nu een recreatieplas. Over het fietspad loop je naar het pondje van Millingen. Daar aangekomen sta ik samen met vele andere Pieterpad lopers nog een half uur te wachten. Eenmaal aan de overkant blijkt dat de bus naar Nijmegen net is vertrokken, een beetje afstemming is er dus niet bij. In Millingen mogen we weer een uur wachten op de volgende bus. De enige die er blijer van worden zijn de vele eetgelegenheden in het dorp. We besluiten alle wat te gaan eten.
Vanaf Zelhem loop ik dus door naar Braamt. Zelhem, het voormalige esdorp raakte in WO II zwaar beschadigd. De 15e eeuwse Lambertikerk werd na de oorlog meteen herbouwd.
Opvallend zijn de vele heksen in het dorp. Het blijkt om Smoks Hanne te gaan, de heks van Zelhem, een legende. Ongeveer 150 jaar geleden was er een vrouw die op heel grote klompen liep. Daardoor klotste (“smokste”) ze. Deze vrouw bezat bovennatuurlijke gaven. Veel mensen kwamen bij haar om raad. Soms vloog ze op haar bezem over het dorp. Eens verloor ze daarbij haar klomp. Deze klomp viel door de spits van de kerktoren. Nu nog vliegt ze af en toe over de kerk. Heel soms kun je dan zien dat haar klomp de torenspits raakt…. Het is niet voor iedereen duidelijk hoe ze in Zelhem terecht is gekomen. Vanuit ‘het grijze verleden’ is haar verhaal steeds mondeling doorverteld tot het moment, dat de in Zelhem geboren en getogen onderwijzer G.J. Klokman het in het jaar 1917 aan papier toevertrouwde. Zijn verhaal met de titel ‘Wat d’n olden doodgraver mie vertelde’ werd in de 70’er jaren in dichtvorm gezet door Hendrik Buunk. (bron facebook)
Via landweggetjes kom je langs de een vervallen hoge silo, die niet echt in deze omgeving lijkt te passen.
Kort daarna loop je via een voetpad langs oude houtwal, die bij de laatste ruilverkaveling bijna was verdwenen, als de buurtbewoners in 2000 niet in actie waren gekomen. Hoge natuurwaarde, 137 wilde plantensoorten, vegetatie uit de tijd dat dit nog een drassig veengebied was, met onder meer struiken dopheide.
Vanaf de Nijmansweg loopt je via Brunsveld het landgoed Slangenburg in. Een flink deel van dit landgoed bestaat uit landbouwgrond. Het kasteel en landgoed dateren uit de late Middeleeuwen.
Kort daarna ga je via een smal bomenlaantje en via 2 klaphekjes een stukje land over. Op dat land lopen wat koeien. Toen ik bij het eerste klaphekje aankwam stonden daar wat wandelaars. Toen ik vroeg wat er aan de hand was, zei één van de wandelaars dat ze van de koe niet verder mochten. De koe stond midden op het pad, en een ieder die het kaphekje opende kon een boze blik en een dreigement krijgen in de vorm van een duw met de kop. Aangezien niemand zin had om een duw van de horens te krijgen gingen we in overleg. Toch doorlopen op eigen risico? Blijven wachten tot de koe er genoeg van had? Of een aantal km omlopen? Terwijl we aan het overleggen waren kwam er een mevrouw met heel erg klein hondje aanlopen, het kleine hondje blafte een keer tegen de koe, deze was er erg van onder de indruk en nam de benen. Het deed me denken aan het verhaal van de olifant en de muis.
De route gaat verder via natuurpark De Koekoendaal, en kruist de in 1885 geopende spoorlijn Doetinchem – Winterswijk.
Over De Oude IJssel en langs het Waalse Water bereik ik Braamt.
Ik begin aan deel 2 van het Pieterpad van Vorden Zelhem. Vanaf het station in Vorden loop ik naar kasteel Vorden. Daar op het landgoed ligt ook een monument van Toos Goorhuis-Tjalsma en Bertje Jens, de bedenksters van het Pieterpad. In 1983 werd het Pieterpad officieel geopend bij het Kasteel.
Al snel daarna loop je langs het Knopenlaantje, een beukenlaantje met knopen in de boomtakken. Verliefde stellen knopen twee takken aan elkaar als uitdrukking van hun verbondenheid.
Na wat plattelandweggetjes kom je opnieuw in een bosgebied. Het blijkt Landgoed “Het Zelle” te zijn. Een lange laan voert ons Linéa recta naar huize ’t Zelle.
Via buurschap Varssel – met een heuse vijfsprong -stappen we het landgoed uit. Na een ruime 2 kilometer stap ik bosgebied “Het Zand” binnen. Een voormalig stuifzandgebied, dat begin 20e eeuw werd bebost om het stuiven te stoppen.
Dan via de Oosterwijkweg richting het erf en land van een boerenbedrijf richting Zelhem. Omdat het nog vroeg is besluit ik door te lopen naar Braamt.
Na de pauze in Laren ga ik op weg naar Vorden, de 13e en laatste etappe van boekje 1, ongeveer 14 km. De mist is helemaal voor de zon verdwenen en het begint warm te worden.
Net voor het einde van de bebouwde kom van Laren moet ik rechtsaf slaan, richting zuiden. Veel vergezichten zijn er het eerste stuk niet, veel akkers waar maïs op staat. Of het door de zondag komt weet ik niet, maar wat is het heerlijk rustig op de landweggetjes. De route gaat richting het Twentekanaal.
Op de brug van het kanaal heb je uitzicht op Lochen in het oosten en de brug van Almen in het westen.Even later ga ik ook de brug van de Berkel over. Om over landgoed “Veldhorst” een oud landgoed aan de Berkel, met landhuis, boerderijen, akkers, en deels beplant met productiebos verder te lopen. Door dit productiebos, afgewisseld door akkers, vennetjes en veel fietspaden loop ik naar landhuis “Het Enzerinck”. Hier rust ik nog even uit, mijn knie begint op te protesteren, ik ben nog niet helemaal hersteld van een val tijdens de Nijmeegse vierdaagse.
Na de pauze loop ik verder, na een kleine kilometer sta ik voor kasteel “Den Bamel” eveneens gelegen tussen prachtige lanen. Via mooie laantjes stappen we de bebouwde kom van Vorden binnen, ik besluit te stoppen bij het station, de laatste km naar kasteel Vorden, tevens eindpunt van deze etappe, loop ik wel tijdens de volgende etappe naar Zelhem. Op naar boekje 2 van het Pieterpad.
Vandaag wilde ik van Holten naar Laren en door naar Vorden gelopen totaal 28 km. Maar toen ik naar buiten keer dacht ik niet dat 1 stap zou zetten, laat staan beide etappes lopen. Een zeer dikke mist, met nog geen 10 meter zicht. Nu loop je tussen de maïsvelden al met weinig zicht, maar zo werd de wereld nog kleiner. Wat zou ik doen? Thuis blijven of toch 1 etappe lopen, beter iets dan niets. Ik nam de gok en vertrok rond 10 uur uit Holten. Vanaf het station zit je direct op het Pieterpad. Wat direct opvalt, is dat je glooiend terrein van de Sallandse heuvelrug al snel achter je laat. Het landschap bestaat hier uit een mix van akkers en weide met af en toe een klein stukje loofbos.
Na het passeren van de A1, helaas een noodzakelijk kwaad, stuiten we op de Schipbeek. Ongeveer een km loop je langs deze rustige mooie oever met hele mooie grote beukenbomen.
Daarna buigt het zuidwaarts af richting het buurtschap Drost. Kort daarna ga je de provinciegrens over en loop je in Gelderland. Nu gaat het richting Landgoed Verwolde. Daar staat de dikste eik van Nederland (8meter omtrek), je moet dan een stukje het Pieterpad af. Via een slingerend bospaadje verlaat ik Landgoed Verwolde, en kort daarna bereik ik Laren. Omdat het pas half 2 is besluit in de laatste etappe van boekje 1 naar Vorden ook vandaag te lopen.
Deze zaterdag ging het Pieterpad van Hellendoorn naar Holten. Al snel gaat de route de bossen in richting Kamp Twilhaar, een uit 1940 Nederlands werkkamp, maar al snel door de Duitsers overgenomen en ook gebruikt als ‘Durchgangslager’ voor Joden.
Direct daarna langs een schaapskooi waarna ik mijn wandeling vervolg richting de Noetselerberg. Eenmaal op de berg heb je een wijds uitzicht. Heidevelden doorkruist met slingerende zandpaadjes en omzoomt met bos. Hier zie ik opeens kort voor me wat reeën en een hert staan, ze houden me in de gaten. Net wanneer ik een foto wil maken rennen ze weg, op één na. Hij loopt zelf een stukje met me op, na een paar honderd meter rent ook hij weg. Een bijzondere ervaring.
Ik ben weer af aan het dalen en loop verder richting de Holterberg. Het gaat over vele slingerende paadjes naar beneden. Onderweg loop je ook nog een stukje over de oude Hellendoornscheweg. Een van de oude wegen die de heuvelrug doorkruisen en die vanouds de verbindingen vormden tussen de dorpen.
Na een paar honderd meter ben ik op de Holterberg, en bij een schuilhut met diverse picknicktafels ben ik wederom getuige van een prachtig uitzicht. De route gaat weer naar beneden en volgt er nog een lange bosweg met allerlei informatiepaaltje van het Wereldtijdpad. Langs de kant staan ruim 2000 ‘jaarpaaltjes’ op verschillende wandelroutes met gebeurtenissen uit alle jaren van onze jaartelling.
Kort nadat je het bos bent uitgekomen sta je bij station Holten, voor vandaag ook mijn eindpunt.
Vandaag het Pieterpad van Ommen naar Hellendoorn gelopen (21 km). Hemelsbreed ligt het niet heel ver uit elkaar, ongeveer 15 km. Maar wat een afwisseling in deze etappe. Een dag van klimmen en dalen. De Besthmenerberg, de Archemerberg, de Lemelerberg, de Eelerberg en de Hellendoornseberg staan op het parcours. Met als hoogte punt de Archemerberg, die 80 meter hoog is.
Ik was al erg vroeg op pad, de zon kwam net omhoog en het was wat mistig weer. Krt na het verlaten van Ommen begint de eerst klim, de Besthmenerberg. Eenmaal boven zie ik er een uitkijktoren staan. Ik besluit deze te beklimmen maar helemaal tot boven kom ik niet, want hoe hoger de klim, hoe mistiger het werd, uitzicht was er dus niet echt. Dan maar weer naar beneden en verder zonder foto’s.>
Een stuk verder passeer ik de beek De Regge, en kort daarna loop ik het bos in en begint langzaam de klim van de Archemerberg. Het uitzicht wordt steeds mooier. Boven op de top staat een grote vierkante steen als vast punt voor de Rijksdriehoeksmeting. Ik maak wat foto’s en loop weer verder om af te dalen.
Nog geen 20 minuten later bereik ik alweer we de top van de derde berg van deze dag, de Lemelerberg. Hier besluit ik even een korte pauze te houden, wat te eten en van de rust te genieten.
Vanaf de zuidflank zak ik af richting het dorpje Lemele, om vanaf daar naar het Overijssels Kanaal te lopen. Langs het Hof van Salland, en wat boerderijen richting de volgende berg, de Eelerberg. En kort daarna volgt ook de Hellendoornse berg. In de verte is de kerktoren van Hellendoorn al te zien. Daar eindigt ook de etappe van vandaag.
De etappe vandaag ging van Hardenberg naar Ommen (21km), als de route net zo mooi wordt als dat het weer vandaag is dan ben ik een tevreden mens.
Het is de laatste etappe door het Vechtdal. En ook deze etappe kom ik de Vecht een aantal maal tegen. Na het verlaten van het centrum loopt de route via een betonnen pad door een natuurreservaatje. Kort daarna loop ik langs een nieuwere wijk van Hardenberg, en al snel gaat de route door het Natuurreservaat Rheezermaten.
Even later bereik ik Rheeze, dit dorp bestaat al sinds de vroege middeleeuwen en is sinds 1992 aangemerkt als “beschermd dorpsgezicht”. Echt een heel mooi esdorp met een gave brink en hele oude boerderijen. Daar neem ik bij de Rheezer Kamer een cappuccino en een heerlijke zelfgemaakte appelkoek.
Daarna gaat de route richting Boswachterij Hardenberg en de Landsweg. Een oude handelsroute van en naar Hardenberg. Eenmaal weer uit het bos gaat de route over de Stuw bij Junne en dan via het landgoed Junne met een aantal boerderijen. Op één van die boerderijen staan 2 jonge koeien, die me nieuwsgierig aankijken en zich graag laten aaien.
Verder via een bospad richting Ommen. Daar kruis je de spoorlijn Zwolle Emmen, en loop dan richting Sahara. Een grootse naam voor een piepklein woestijntje. Alweer kruis je de spoorlijn, waarna je via de grote weg naar Ommen loopt. Daar met de trein weer terug naar Nijmegen.