12 december
Vanaf Leersum loop ik vrijwel direct de bossen in. De overgang van dorp naar natuur gaat snel, alsof je meteen wordt opgenomen door het groen. Al vrij snel kom ik langs de graftombe Nellesteijn, gebouwd in 1818. Een stille plek, verscholen tussen de bomen, die even uitnodigt tot vertragen.
De route voert verder naar Het Breedeveen, een ruig en nat heidegebied. Het pad is hier grillig en soms moeilijk begaanbaar, met stukken waar het water de overhand lijkt te hebben. Langs de Leersumse Plassen en over de Ginkelduinse Heide verandert het landschap opnieuw. Het wordt opener, met heidevelden die zich uitstrekken tot aan de horizon.
Daarna begint de klim naar de Amerongse Berg, het hoogste punt van de Utrechtse Heuvelrug, op 68,9 meter boven NAP. Een bescheiden hoogte, maar toch voelbaar in de benen. Boven valt het uitzicht wat tegen. De bomen nemen veel zicht weg, waardoor het moment minder spectaculair is dan je misschien zou verwachten.
Niet veel later volgt de Elsterberg. Iets lager, met 62,5 meter, maar het uitzicht maakt hier alles goed. Het landschap opent zich en geeft een veel weidser beeld. Het contrast met de Amerongse Berg is opvallend.
Vanaf hier daal ik weer af, door de bossen richting Veenendaal. Het pad slingert naar beneden en de natuur maakt langzaam plaats voor de randen van de bebouwing. Omdat de treinverbinding vanaf station De Klomp beter is, besluit ik door te lopen.
Het laatste stuk, tussen Veenendaal-West en De Klomp, is minder inspirerend. Drukke wegen en verkeer domineren het beeld. Het is zo’n stuk dat je vooral loopt om erdoorheen te komen. Maar ook dat hoort bij het pad. Niet elke kilometer hoeft bijzonder te zijn om het geheel de moeite waard te maken.











