29 augustus 2015
De dag begon met plannen die al snel anders liepen dan gedacht. Op het programma stonden twee etappes: van Groningen naar Zuidlaren en daarna door naar Rolde. Maar in Zutphen strandde de trein door een storing. Wat volgde was een omweg van tweeënhalf uur, en daarmee verdween het tweede deel van de dag stilletjes van de agenda. Het bleef bij één etappe. Achteraf gezien geen straf, want ook deze dag bracht weer volop mooie momenten en onverwachte gesprekken.
De route begon bij het station van Groningen en leidde me via de zuidkant van de stad langzaam het stedelijke leven uit. De overgang ging geleidelijk: van drukke straten naar stillere lanen, tot het landschap zich opende bij het Paterswoldsemeer. Het water lag er kalm bij, een eerste rustpunt op deze etappe.
Vanaf daar voerde het pad richting Haren, langs het waterrijke gebied van Sassenhein. Het landschap werd groener, lommerrijker, met hier en daar doorkijkjes naar het water. Bij het zuidelijkste punt van Haren sloeg de route de Hoge Hereweg op. Even later liep ik over de spoorbrug bij Onnen, gebouwd in 1920, een stukje geschiedenis dat nog altijd in gebruik is, en waar het ritme van het wandelen even samenkomt met dat van de trein.
De weg voerde verder langs Noordlaren, Midlaren en uiteindelijk Zuidlaren. Het was hier dat de etappe een ander karakter kreeg. De openheid van eerder maakte plaats voor bos. Eerst het gebied van Appelbergen, daarna het Noordlaarderbos. Het licht viel gefilterd door de bomen, en het pad werd zachter, stiller. Het voelde alsof de omgeving me uitnodigde om mijn tempo aan te passen, om rustiger te lopen en beter te kijken.
Kort na Noordlaren passeerde ik de grens met Drenthe. Opvallend genoeg veranderde het landschap vrijwel direct. De kleigrond maakte plaats voor zand, en in de weilanden stonden geen koeien meer, maar paarden. Het was een subtiel, maar duidelijk verschil — alsof ik ongemerkt een andere wereld was binnengewandeld.
Niet alles ging vlekkeloos. Door een moment van onoplettendheid en het niet goed lezen van de kaart liep ik het hunebed bij Zuidlaren voorbij, zonder het te zien. Een kleine misser, die misschien juist wel past bij zo’n dag: niet alles hoeft perfect te gaan om het toch de moeite waard te maken.
Ondanks de vertraging en de latere aankomst in Groningen, voelde deze etappe als geslaagd. Het was er weer zo één waarop alles samenkomt: het landschap, de ontmoetingen, en het besef dat elke dag onderweg zijn eigen verhaal schrijft.





































