3 januari 2016
De laatste kilometers van het Utrechtpad liggen voor me. Van Maarssen naar Utrecht, een etappe van veertien kilometer die voelt als een rustige afronding van het geheel.
Ik begin vroeg in de ochtend in het oude centrum van Maarssen. De Vecht ligt er stil bij en begeleidt me de stad uit. Langs de Zandweg passeer ik Huis ten Bosch, een statig buitenhuis uit de zeventiende eeuw dat later nog dienstdeed als gemeentehuis. Het is één van de vele herinneringen aan de rijke geschiedenis langs deze rivier.
De route volgt de Vecht en voert langs indrukwekkende herenhuizen, stuk voor stuk gebouwd als buitenverblijf voor welgestelde families. Het water en de architectuur vormen samen een bijna klassiek Hollands decor.
Bij de Nedereindsevaart wijk ik even af van de Vecht. Daar kom ik langs een bijzonder duo: de grootste en de kleinste molen van de provincie Utrecht, gebroederlijk naast elkaar aan de Polder Buitenweg. Het is zo’n detail dat deze route net dat beetje extra geeft.
Vanaf daar gaat het richting Oud-Zuilen, waar Slot Zuylen ligt. Het kasteel, omgeven door een park en een lange slangenmuur, straalt historie uit. Rondom liggen allerlei bijgebouwen en structuren die samen een compleet landgoed vormen, van koetshuis tot moestuin.
Langzaam nadert Utrecht. Via plantsoenen en woonwijken loop ik de stad weer binnen. In de verte verschijnt de Domtoren al, als een herkenbaar baken. Het voelt als een cirkel die rond is, terug bij het begin.
Via de Oudegracht en langs de Sint-Augustinuskerk uit 1839 kom ik uiteindelijk bij de Domtoren. Met zijn 112 meter torent hij boven alles uit. Hier eindigt mijn Utrechtpad.
Een pad dat anders was dan het Pieterpad, maar minstens zo rijk aan verhalen, landschappen en momenten. Terwijl ik nog even omhoog kijk naar de toren, besef ik dat ook dit avontuur zijn eigen plek heeft gekregen in mijn herinnering.

















