20 december 2015
Vandaag pak ik het Utrechtpad weer op. Met de trein reis ik naar station Veenendaal De Klomp. Onderweg neem ik nog even de route door in het boekje. Het plan is ambitieus maar haalbaar: doorlopen tot Amersfoort, zo’n tweeëndertig kilometer.
Bij het uitstappen gaat het echter meteen mis. Iemand stapt vol op mijn voet. Het lijkt in eerste instantie mee te vallen, dus ik besluit toch op pad te gaan. Vanaf Fort aan de Buursteeg, waar ik de vorige keer eindigde, begin ik opnieuw. Dit fort, aangelegd in 1786, ligt strategisch bij de Slaperdijk en de Emminkhuizerberg en maakt deel uit van de oude verdedigingslinie.
De route volgt lange tijd de Slaperdijk richting Renswoude. Het is een recht stuk, maar met een duidelijke geschiedenis onder je voeten. In Renswoude verlaat ik de dijk en wandel richting kasteel Renswoude. Langs het Grand Canal loop ik naar het kasteel toe. Het kanaal, zo’n zevenhonderd meter lang, is geïnspireerd op dat van Versailles en werd begin achttiende eeuw gegraven in opdracht van Maria Duyst van Voorhout. Aan het eind ligt het kasteel, een statig gebouw uit 1654.
Na een rondje om het kasteel voert de route opnieuw langs het kanaal en vervolgens terug naar de Grebbelinie. Deze verdedigingslinie, aangelegd vanaf 1745, moest Holland beschermen tegen vijandelijke invallen. Nog altijd zijn de structuren herkenbaar in het landschap. Ik passeer de Groeperkade en Fort Daatselaar, en loop over een oud bruggetje uit 1799. Het voelt alsof geschiedenis hier nog tastbaar aanwezig is.
Toch begint mijn voet steeds meer op te spelen. Wat eerst nog mee leek te vallen, verandert langzaam in een zeurende pijn die het lopen bemoeilijkt. Het tempo zakt, en elke stap vraagt meer aandacht. Ik besluit mijn plan bij te stellen. Amersfoort laat ik voor wat het is. Het doel wordt nu Scherpenzeel.
De route voert verder langs en over de Lunterse Beek, een van de belangrijkste waterlopen in de Gelderse Vallei. Ooit trad deze beek regelmatig buiten haar oevers, totdat hij in de jaren vijftig werd gekanaliseerd.
Langzaam komt Scherpenzeel in zicht. Het lopen gaat moeizaam, en ik ben vooral opgelucht dat het eindpunt nadert. Bij aankomst blijkt dat ik nog een half uur moet wachten op de bus. Geen probleem vandaag.
Ik besluit die tijd te gebruiken voor een bezoek aan Huis Scherpenzeel, een statig zestiende-eeuws kasteeltje, omringd door een park met vijvers. Even zitten, even kijken, en vooral even mijn voet ontzien. Een etappe die anders liep dan gepland, maar toch weer zijn eigen verhaal kreeg.











