5 december 2015
Vandaag begin ik aan een nieuw hoofdstuk: het Utrechtpad. Vanaf station Utrecht Centraal wandel ik naar het startpunt bij de Dom, midden in de stad. De Domkerk torent hoog boven alles uit, een markant gotisch bouwwerk dat al sinds de dertiende eeuw het hart van Utrecht vormt. De Domtoren, met zijn 112 meter, steekt ver boven de stad uit en lijkt het vertrekpunt nog iets plechtigs te geven.
Vanaf de Dom slingert het pad zich langs de Oudegracht de stad uit. Het water loopt als een rustige ader door het centrum. De gracht, ooit aangelegd als verbinding tussen de Kromme Rijn en de Vecht, begeleidt me geleidelijk naar de rand van de stad. De drukte van Utrecht vervaagt langzaam, zonder dat je precies merkt waar de overgang ligt.
De Oudegracht gaat haast ongemerkt over in de Kromme Rijn. Vanaf dat moment volg ik het water vrijwel de hele etappe. Het pad loopt over oude jaagpaden, ooit gebruikt om schepen vooruit te trekken. Het geeft het wandelen een bijzonder gevoel, alsof je letterlijk een historische route volgt.
Onderweg passeer ik landgoed Amelisweerd, met Oud- en Nieuw-Amelisweerd. De geschiedenis van deze plek gaat ver terug, tot een ridderhofstad uit de dertiende eeuw. Het landschap is er groen en statig, met lanen en oude bomen die de tijd lijken te hebben doorstaan.
Verderop kom ik langs ridderhofstad Rhijnauwen, gelegen aan de Kromme Rijn, en wandel ik via Bunnik en Odijk verder. Het pad blijft dicht bij het water en houdt een rustig tempo aan.
Net voor Werkhoven ligt ridderhofstad Beverweert, een oud kasteel dat op een eilandje langs de rivier ligt. Ooit een middeleeuwse burcht, later omgebouwd tot landhuis. Het is zo’n plek die bijna vanzelf uitnodigt om even stil te staan.
De route gaat verder door een drassig weiland richting ridderhofstad Sterkenburg. De geschiedenis van deze plek reikt terug tot 1261. Het landschap voelt hier ruwer, natter. Niet veel later volgt een griend, waar het nog zwaarder wordt. De grond zuigt aan mijn schoenen, en soms zak ik tot aan mijn enkels weg. Het wandelen vraagt hier om aandacht en doorzettingsvermogen.
Mijn schoenen en broek zijn inmiddels allesbehalve schoon, maar dat hoort erbij. Het is onderdeel van de ervaring, van het pad zelf.
Bij de provinciale weg tussen Werkhoven en Cothen besluit ik het voor vandaag af te ronden. Vanaf daar neem ik de bus terug naar Utrecht Centraal. Terwijl ik zit en het landschap langzaam weer aan me voorbijtrekt, besef ik dat ook dit pad weer zijn eigen karakter heeft. Anders dan het Pieterpad, maar minstens zo veelbelovend.




























