25. Sittard – Strabeek (Valkenburg)

1 november

Om half tien kom ik aan op station Sittard. Via de Stationsstraat loop ik richting het centrum, naar de Markt, waar deze etappe begint. Onderweg passeer ik prachtige monumentale gebouwen, met hier en daar duidelijke Duitse invloeden. Het geeft de stad een eigen karakter, alsof je al een beetje in een grensgebied bent.

Al snel verlaat ik het centrum en zet koers naar de Kollenberg. De klim begint vrijwel direct. Eenmaal in het bos zie ik links langs het pad de eerste van zeven voetvallen, kleine kapelletjes met afbeeldingen en teksten uit het leven van Jezus. Ze begeleiden als het ware de weg omhoog. Vlak voor de top staat de indrukwekkende Sint-Rosakapel, gewijd aan Rosa van Lima, een plek die rust en devotie uitstraalt.

Via het Memoriebos daal ik weer iets af en kom ik in het leefgebied van de korenwolf, het beschermde hamstertje dat typisch is voor Zuid-Limburg. Langs de gebouwen van Stichting Pergamijn, ooit een klooster, en na een korte klim bereik ik het buurtschap Windraak, waar uit een muur zogenaamd geneeskrachtig water stroomt.

De route blijft golven door het landschap. In het bosgebied van de Wanenberg wisselen klimmen en dalen elkaar af. In de verte zie ik de kerk en huizen van Puth al boven het heuvellandschap uitsteken. Via de Panoramaweg wandel ik het dorp weer uit, richting kasteel Terborgh. Na de Heisterbrug en langs de Geleenbeek kom ik in Spaubeek, waar ik even langs de drukke A76 moet lopen. Een minder mooi stukje, maar het hoort erbij.

Wat wél bijzonder is, is het weer. Voor 1 november is het uitzonderlijk warm, zo’n 21 graden en volop zon. De jas kan uit, en ik loop verder in een T-shirt.

Vanaf de Diependaalsweg begint een lange, stevige klim van anderhalve kilometer over een typische Zuid-Limburgse holle weg. Boven wacht de beloning: veldwegen met weidse uitzichten over het glooiende landschap. Na een korte afdaling bereik ik Terstraten, waar ik langs prachtige vakwerkhuizen loop die zo uit een ansichtkaart lijken te komen.

Via Helle en langs Aalbeek wandel ik richting Schimmert. In de verte zie ik iets dat lijkt op een verkeerstoren van een vliegveld, maar het blijkt de beroemde watertoren van Schimmert te zijn, ook wel de Reus van Schimmert genoemd.

Op weg naar Groot Haasdal word ik begroet door een grote houten haas langs de weg. Daarna bereik ik de kasteelhoeve Bockhof, een plek met een geschiedenis die teruggaat tot de twaalfde eeuw. In de aanloop hiernaartoe bereik ik ook het hoogste punt van het Pieterpad, zo’n 130 meter boven zeeniveau.

Vanaf daar loop ik het Ravensbos in, een van de bekendste natuurgebieden van Zuid-Limburg. Over de lange westelijke helling daal ik langzaam af richting Strabeek, onderdeel van Valkenburg aan de Geul. Onderweg kom ik langs beekjes en kleine waterpartijen. De dalbrug van de A79 doemt op in de verte. Het landschap voelt bijna buitenlands, alsof ik in Duitsland of Oostenrijk ben, maar dit is gewoon Nederland.

In Strabeek eindigt deze etappe. Van daaruit loop ik naar station Valkenburg om de trein terug naar Nijmegen te nemen. Nog slechts vijftien kilometer te gaan tot het eindpunt. Het besef groeit dat het avontuur bijna voltooid is, sneller dan ik ooit had verwacht.