9. Hardenberg – Ommen

26 septmber 2015

De etappe van vandaag voert van Hardenberg naar Ommen, een tocht van eenentwintig kilometer. Als de route net zo mooi wordt als het weer zich vanochtend laat zien, dan kan de dag eigenlijk al niet meer stuk. De lucht is helder, het licht zacht, en alles wijst op een wandeling die zich van zijn beste kant zal laten zien.

Het is bovendien de laatste etappe door het Vechtdal. De Vecht zal me vandaag nog een paar keer vergezellen, alsof de rivier langzaam afscheid neemt. Na het verlaten van het centrum van Hardenberg loop ik over een betonnen pad door een klein natuurgebied. Het is een rustige overgang van stad naar natuur. Kort daarna passeer ik een nieuwere woonwijk, waarna het landschap zich opnieuw opent in het natuurreservaat Rheezermaten.

Niet veel later bereik ik Rheeze. Dit dorp, dat al sinds de vroege middeleeuwen bestaat, is sinds 1992 aangewezen als beschermd dorpsgezicht. En dat is niet zonder reden. Het is een prachtig esdorp, met een sfeervolle brink en oude boerderijen die de tijd lijken te hebben doorstaan zonder hun karakter te verliezen. Bij De Rheezer Kamer neem ik even de tijd voor een cappuccino en een stuk zelfgemaakte appelkoek. Het is zo’n plek waar je moeiteloos wat langer blijft zitten dan je eigenlijk van plan was.

Na deze pauze gaat de route verder richting de Boswachterij Hardenberg en de Landsweg, een oude handelsroute van en naar de stad. Het pad voert door het bos, waar het licht gefilterd door de bomen valt en de geluiden gedempt worden. Wanneer ik het bos weer verlaat, kom ik bij de stuw bij Junne. Het water stroomt hier krachtig en vormt een levendig contrast met de rust van het bos.

Via landgoed Junne wandel ik verder, langs een aantal boerderijen die verspreid in het landschap liggen. Bij één van die boerderijen staan twee jonge koeien. Nieuwsgierig kijken ze me aan en komen dichterbij. Even later laten ze zich zonder aarzeling aaien, alsof ook zij deel uitmaken van deze ontspannen dag.

Het laatste deel van de route voert opnieuw door het bos, richting Ommen. Onderweg kruis ik de spoorlijn tussen Zwolle en Emmen. Niet veel later kom ik bij een plek die de naam Sahara draagt. De naam is groots, maar het gebied zelf is bescheiden, een klein stukje zand dat even een ander landschap suggereert.

Nog één keer steek ik de spoorlijn over, waarna de route via een grotere weg naar Ommen leidt. De dag loopt op zijn einde. In Ommen aangekomen ga ik naar het station, waar de trein me terugbrengt naar Nijmegen. Terwijl ik plaatsneem en het landschap langzaam weer aan me voorbijtrekt, blijft het gevoel hangen van een dag die precies heeft gebracht wat hij beloofde.