8. Coevorden – Hardenberg

20 september 2015

Rond kwart voor tien kom ik aan op het station van Coevorden. De etappe van vandaag voert naar Hardenberg. Het begin is weinig romantisch. Ik loop eerst over een industrieterrein, waar de dag al vroeg op gang is gekomen. Toch heeft ook dit zijn plek in het geheel. Het contrast met wat nog komt, maakt het des te duidelijker.

Bij het Klooster sla ik linksaf en verlaat langzaam de stad. Langs de rand van Coevorden kom ik in een klein natuurgebied terecht. Het groen neemt het over, de geluiden veranderen. Even later bereik ik de Poort van Drenthe. Deze markeert de grens tussen Drenthe en Overijssel, al ligt de feitelijke grens iets verderop. Het voelt toch als een overgangsmoment, alsof ik een nieuw hoofdstuk binnenstap.

In Overijssel volgt het pad een graspad langs een afwateringskanaal. Het water stroomt rustig naast me mee, terwijl ik mijn eigen tempo aanhoud. In het buurtschap Haandrik kom ik op een bijzondere plek waar het kanaal Almelo-De Haandrik, de Vecht en de spoorlijn Zwolle-Emmen elkaar kruisen. De naam De Haandrik blijkt afkomstig van een oude huisnaam. Ooit was hier zelfs een stopplaats aan de spoorlijn, tussen 1905 en 1930. De oude draaibrug ligt er nog, maar is inmiddels vastgezet, sinds de scheepvaart op de Overijsselse Vecht tot het verleden behoort.

Na het kanaal verandert de route opnieuw van karakter. Een stille landweg voert me langs prachtige boerderijen. Het is zo’n weg waar je vanzelf rustiger gaat lopen, omdat er simpelweg zoveel te zien is. Na enkele kilometers bereik ik Gramsbergen. Dit kleine stadje ademt geschiedenis. Al sinds de prehistorie wordt hier gewoond, en in het Cultuur Historisch Informatie Centrum Vechtdal zijn voorwerpen te zien die teruggaan tot 8000 voor Christus. Terwijl ik door de straatjes loop, voelt het alsof de tijd hier minder haast heeft.

Gramsbergen heeft nog een bijzonder detail: de langste straatnaam van Nederland, de Burgemeester Baron van Voerst van Lyndenstraat. Het is een naam die je bijna twee keer moet lezen om hem goed te bevatten. Aan het water neem ik plaats op het terras van een café. Een kop koffie en een plak zelfgemaakte kruidkoek vormen een welkome pauze.

Na deze rust zet ik mijn tocht voort. Niet veel later kom ik langs een houten bord dat aangeeft waar ik me op het Pieterpad bevind. Het is een klein, maar prettig houvast. Via slingerende weggetjes en opnieuw die karakteristieke boerderijen loop ik richting Ane.

Hier ligt een stukje geschiedenis dat minder vredig is. In 1227 vond hier de Slag bij Ane plaats, een veldslag tussen het leger van de bisschop van Utrecht, Otto van Lippe, en de troepen van Rudolf II van Coevorden, gesteund door Drentse boeren. Tegen alle verwachtingen in wonnen de Drenten, en de bisschop zelf kwam om het leven. Het verhaal leeft nog altijd voort in de kronieken, onder meer in de Narracio uit 1232.

Over een oude klinkerweg kom ik andere Pieterpadwandelaars tegen. We raken in gesprek en besluiten samen verder te lopen. Het gezelschap maakt de laatste kilometers lichter. Samen trekken we het Engelandsche Bosch in. De naam heeft niets met Engeland te maken, maar verwijst simpelweg naar een bos bij een weiland dat ‘Engeland’ heette.

Na het bos steken we een grote weg over en volgen we de Vecht richting Hardenberg. Het water begeleidt ons tot aan de stad. Op de Markt komt de etappe ten einde. Daar neem ik afscheid van mijn tijdelijke wandelgezelschap. Daarna loop ik naar het station, waar de trein me weer terugbrengt naar Nijmegen. Een dag die begon in de stilte van de ochtend eindigt in het besef dat elke etappe zijn eigen verhaal met zich meedraagt.