9 september 2015
Op zaterdagochtend gaat de wekker vroeg. De reis naar Schoonloo vraagt wat doorzettingsvermogen. Met de trein naar Hoogeveen, vervolgens met een NS-bus naar Assen en van daaruit nog een bus naar Schoonloo. Alles bij elkaar ben ik ruim drie uur onderweg. Het is een flinke aanloop, maar voor het Pieterpad neem je dat graag voor lief.
De etappe van vandaag voert grotendeels door het bos. Al snel loop ik over de zogenoemde flintenwegen. Dit zijn paden die zijn verhard met stenen en veldkeien die vroeger bij het ontginnen van het land werden verzameld en in werkverschaffingsprojecten opnieuw werden gebruikt. Het klinkt robuust, en dat is het ook. Het loopt alleen niet bepaald comfortabel.
De route leidt me langs De Tweelingen, een heidegebied met twee grote plassen die rustig in het landschap liggen, en vervolgens over het Ellertsveld richting Schoonoord. Daar steek ik het Oranjekanaal over, een waterweg die in 1853 werd aangelegd om het veengebied rond Odoorn en Emmen beter bereikbaar te maken. Het voelt alsof je niet alleen door het landschap loopt, maar ook door stukjes geschiedenis.
Daarna gaat het pad verder door productiebos richting Sleen. Er wordt die week volop gekapt, en dat laat zijn sporen na. De bospaden zijn zwaar gehavend door vrachtwagens en daardoor lastig begaanbaar. Het is zoeken naar stevige stukken grond, stap voor stap. Midden in dat bos vind ik een bankje, speciaal voor Pieterpadlopers. Het is zo’n plek die precies op het juiste moment komt. Ik neem even de tijd om te zitten, te eten en simpelweg te kijken.
In het volgende deel van het bos vallen de mierenhopen op. Overal duiken ze op, de ene nog indrukwekkender dan de andere. Het geeft het bos iets levends, alsof alles hier voortdurend in beweging is. Even verderop opent het landschap zich bij een groot veld. Daar staat het Pieterpadmonument, ter ere van Bertje Jens en Toos Goorhuis-Tjalsma, de bedenksters van het pad. Het is een bijzonder moment om daar even stil te staan, juist omdat je zelf onderdeel bent van wat zij ooit hebben bedacht.
Niet veel later kom ik langs een ander monument, opgebouwd uit originele staalplaten van een neergestort vliegtuig. Het herinnert aan Britse piloten die hier tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen. De stilte op die plek voelt anders, zwaarder, en maakt indruk.
Rond vijf uur in de middag bereik ik Sleen. De dag zit erop. Het was een etappe vol afwisseling, van bossen en heide tot geschiedenis en herinnering. Terwijl ik het dorp inloop, voel ik de vermoeidheid in mijn benen, maar vooral ook de voldoening van weer een mooie dag op het pad.


























