22- augustus 2015
De tweede etappe begint in een heel ander decor dan de eerste. Waar ik toen werd verrast door een onweersbui, word ik vandaag vergezeld door zon en warmte. Het voelt meteen lichter, bijna uitbundig. Vanaf herberg De Gouden Karper loop ik een klein stukje terug, richting het Winsumerdiep, alsof ik de draad van gisteren weer oppak.
Langs het water is het rustig. Het tempo van de wandeling vindt vanzelf zijn ritme. Na een tijdje kom ik uit bij een doorgaande weg die ik schuin moet oversteken. Aan de overkant wachten twee hekken, en daarachter liggen de weilanden. Ik klim eroverheen en beland midden in het open land, tussen schapen, koeien en paarden. Het gras ruikt warm in de zon, en de dieren kijken even op als ik voorbijloop, om daarna weer onverstoorbaar verder te grazen.
Even later bereik ik weer een verharde weg. Vroeger liep de route hier helemaal overheen tot aan Garnwerd, maar nu is er een nieuw stuk aan het Pieterpad toegevoegd. Na zo’n achthonderd meter buigt het pad weer de weilanden in. Dat voelt meteen als winst: het lopen is er rustiger, mooier, alsof je dichter bij het landschap komt dan op de weg ooit mogelijk was.
Na een reeks weilanden opent het uitzicht zich plotseling. Voor me ligt de ophaalbrug over het Reitdiep, net voor Garnwerd. Het is zo’n plek waar je vanzelf even stil blijft staan. De route zelf mijdt het dorp inmiddels en leidt over een smal, vrij druk fietspad verder, richting de Magriethoeve. Ik steek de Wetsingersluis over en wandel door naar Oostum.
Daar ligt een van de meest gefotografeerde wierden van Groningen. Het kleine, Romaanse kerkje uit de dertiende eeuw staat er bijna tijdloos bij, omringd door oude graven, sommige al uit de negentiende eeuw. Het geheel heeft iets verstilds, alsof het zich weinig aantrekt van de tijd die erlangs stroomt.
De tocht gaat verder richting het buurtschap Wierumerschouw, waar ik opnieuw het Reitdiep oversteek. Via de Paddepoelsterweg loop ik door naar het Starkenborghkanaal. Daar word ik even tot stilstand gedwongen: de brug gaat vlak voor mijn neus open. Geen haast vandaag, dus ik wacht en kijk hoe het waterverkeer rustig passeert.
Daarna gaat de route verder onder de grote weg en het spoor door, en ineens verandert het landschap opnieuw. De stad dient zich aan. Ik kom uit in het Noorderplantsoen, waar op dat moment het festival Noorderzon in volle gang is. Gelach, muziek en mensen op het gras, een levendige tegenstelling met de stilte van de weilanden van eerder die dag.
Via het plantsoen loop ik het centrum in, richting het station. De etappe eindigt niet abrupt, maar glijdt langzaam over in de drukte van de stad. Terwijl ik mijn pas vertraag, besef ik hoe bijzonder deze overgang is: van open land naar levendig stadsleven, allemaal gevangen in één dag wandelen.



















































