12. Holten – Laren

5 oktober 2015

Vandaag had ik het plan om van Holten naar Laren te lopen en daarna door naar Vorden, in totaal achtentwintig kilometer. Maar toen ik ’s ochtends naar buiten keek, leek dat plan ineens wel erg ambitieus. Een dichte mist hing over het landschap, zo dik dat het zicht nauwelijks tien meter bedroeg. Zelfs op een heldere dag is het uitzicht tussen de maïsvelden al beperkt, maar nu voelde de wereld wel heel klein. Ik twijfelde. Zou ik thuisblijven, of toch op pad gaan? Uiteindelijk koos ik ervoor om in ieder geval één etappe te lopen. Beter iets dan niets.

Rond tien uur vertrek ik vanuit Holten. Vanaf het station zit je meteen op het Pieterpad. Al snel valt op hoe anders het landschap hier is. De glooiingen van de Sallandse Heuvelrug verdwijnen snel naar de achtergrond en maken plaats voor een open decor van akkers en weilanden, afgewisseld met hier en daar een klein stukje loofbos. Door de mist krijgt alles iets gedempt, alsof het landschap zich slechts gedeeltelijk prijsgeeft.

Na het passeren van de A1, een minder charmant maar onvermijdelijk onderdeel van de route, kom ik bij de Schipbeek. Ongeveer een kilometer lang volg ik de oever van deze rustige waterloop. Grote beukenbomen staan langs het water, hun vormen vaag zichtbaar in de mist. Het heeft iets verstilds, bijna sereens.

Daarna buigt de route naar het zuiden, richting het buurtschap Drost. Niet veel later steek ik de provinciegrens over en wandel ik Gelderland binnen. Het voelt als een kleine overgang, maar toch markeert het weer een nieuw stuk van de tocht.

De weg voert verder naar landgoed Verwolde. Hier ligt een bijzonder punt: de dikste eik van Nederland, met een omtrek van acht meter. Om deze te zien moet je even van het Pieterpad af. Ik volg een slingerend bospaadje, geniet van de rust en de geur van het bos, en vervolg daarna mijn weg.

Niet veel later bereik ik Laren. Het is pas half twee in de middag. Terwijl ik even stilsta en de tijd op me laat inwerken, komt de gedachte vanzelf op: waarom zou ik hier stoppen? De dag voelt nog jong, de benen zijn goed, en de mist is inmiddels minder drukkend geworden. Ik besluit door te lopen en ook de laatste etappe van het eerste boekje, richting Vorden, vandaag nog mee te pakken.