11 oktober 2015
De start van vandaag in Braamt is wat later dan gepland. Op zondag komt het openbaar vervoer hier traag op gang, waardoor de dag rustig begint. Vanaf de Korteweg zet ik meteen koers omhoog, de Hettenheuvel op. Het is direct een stevige klim, tot zo’n zesentachtig meter hoogte. Een pittige opening die de benen meteen wakker maakt.
Daarna volgt een bijna rechte weg door het bos, maar wel één die voortdurend op en neer golft. Het is een ritme van stijgen en dalen dat zich herhaalt, terwijl ik langzaam richting de E35 loop, in Nederland beter bekend als de A12. Nog voordat ik de snelweg oversteek, bevind ik me al even op Duits grondgebied.
Langs oude boerenschuren gaat de route opnieuw het bos in. Daar kom ik onverwacht op een blotevoetenpad terecht. Het pad loopt een stukje samen met het Pieterpad en strekt zich uit over zo’n drieënhalve kilometer. Verschillende ondergronden wisselen elkaar af, van zand tot modder en zelfs stukken met ijskoud water, het zogenaamde Wassertreten. Ik houd mijn schoenen aan, maar het idee alleen al geeft een extra dimensie aan de omgeving.
Niet veel later bereik ik Hoch Elten. Bij de kerk wijk ik even van de route af om een uitzichtpunt te bezoeken. Vanaf daar kijk ik uit over het Rijndal. In de verte zijn de brug bij Emmerich en de Stiftskerk in Kleve te zien, al maakt de heiige lucht het beeld wat zacht en diffuus. Na een paar minuten keer ik terug op het pad.
Verderop kom ik langs de Drususbron, een indrukwekkend diepe put van zevenenvijftig meter. Het is een van de oudste bekende burchtbronnen in de regio. Lange tijd voorzag deze bron de inwoners van Hoch Elten van water. Hoewel de naam verwijst naar de Romeinse generaal Drusus, wijst onderzoek erop dat de bron waarschijnlijk uit de tijd van de Franken stamt, rond het jaar 750.
Na Hoch Elten volgt een snelle en steile afdaling. Onder de spoorlijn Zevenaar Emmerich door loop ik Nederland weer binnen. Vanaf hier verandert het karakter van de route opnieuw. Het wordt vlakker en grotendeels verhard. Via Spijk en over de Spijksedijk wandel ik richting Tolkamer, ooit een bloeiend douanedorp.
Net voor Tolkamer besluit ik een pauze in te lassen. Niet zozeer uit vermoeidheid, maar om mijn timing aan te passen. Het pontje bij Millingen vaart in deze periode slechts eens per twee uur, en volgens mijn horloge zou het binnen een kwartier vertrekken. Vanaf hier is het nog ongeveer een uur lopen. Te vroeg aankomen betekent lang wachten langs de koude Rijn, en daar heb ik weinig zin in.
Na de pauze vervolg ik mijn weg langs Tuindorp, een wijk die rond 1920 werd gebouwd door scheepswerf De Hoop voor Poolse arbeiders. Hoewel zij al snel vertrokken, bleef de buurt bestaan en groeide uit tot een hechte gemeenschap binnen Tolkamer.
Even verder passeer ik de voormalige Bijlandse Waard, tegenwoordig een recreatieplas ontstaan door zand en grindwinning. Via een fietspad loop ik naar het pontje van Millingen. Daar aangekomen blijkt dat ik niet de enige ben die het schema probeert te slim af te zijn. Samen met een groep andere Pieterpadlopers wacht ik alsnog een half uur.
Aan de overkant wacht de volgende verrassing. De bus naar Nijmegen is net vertrokken. De aansluiting laat te wensen over, waardoor we opnieuw een uur moeten wachten in Millingen. Het enige dat daar echt van profiteert, zijn de eetgelegenheden in het dorp. We besluiten het er maar van te nemen en samen iets te gaan eten. Zo eindigt ook deze etappe weer op een manier die je niet kunt plannen, maar die achteraf precies past bij een dag onderweg.























