Vanaf Zelhem vervolg ik mijn weg richting Braamt. Zelhem zelf draagt nog altijd sporen van het verleden. Het voormalige esdorp werd in de Tweede Wereldoorlog zwaar beschadigd. De vijftiende-eeuwse Lambertikerk werd na de oorlog vrijwel direct herbouwd, alsof men de geschiedenis niet verloren wilde laten gaan.
Wat meteen opvalt in het dorp zijn de vele verwijzingen naar heksen. Het blijkt te gaan om Smoks Hanne, de heks van Zelhem. Haar verhaal leeft hier nog altijd voort. Zo’n honderdvijftig jaar geleden zou er een vrouw hebben geleefd die op grote klompen liep, waardoor ze een klotsend geluid maakte, het “smoksen”. Men zei dat ze over bovennatuurlijke krachten beschikte. Dorpsbewoners zochten haar op voor raad, en volgens de verhalen vloog ze soms op een bezem over het dorp. Bij een van die vluchten zou ze een klomp zijn verloren, die dwars door de spits van de kerktoren viel. Nog altijd, zo wordt gezegd, is ze af en toe boven de kerk te zien, en heel soms lijkt het alsof haar klomp opnieuw de toren raakt. Het is een verhaal dat van generatie op generatie is doorgegeven, tot het uiteindelijk in het begin van de twintigste eeuw werd opgeschreven.
Ik laat Zelhem achter me en volg rustige landweggetjes. Onderweg kom ik langs een hoge, vervallen silo, die bijna vreemd aandoet in dit verder zo landelijke decor. Niet veel later verandert het beeld opnieuw wanneer ik via een smal voetpad langs een oude houtwal loop. Deze wal was ooit bijna verdwenen bij een ruilverkaveling, maar werd rond het jaar 2000 gered door ingrijpen van buurtbewoners. Nu blijkt het een plek met een hoge natuurwaarde, waar talloze plantensoorten groeien, waaronder dopheide, een overblijfsel uit de tijd dat dit gebied nog een nat veenlandschap was.
Via de Nijmansweg gaat de route verder richting Brunsveld, waarna ik landgoed Slangenburg binnenloop. Een groot deel van dit landgoed bestaat uit landbouwgrond, maar de geschiedenis ervan reikt terug tot de late middeleeuwen. Het landschap is er statig en open tegelijk, met lange lanen en zichtlijnen die uitnodigen om verder te kijken.
Even later kom ik bij een smal bomenlaantje dat uitkomt bij twee klaphekjes. Daarachter ligt een stuk weiland waar koeien lopen. Bij het eerste hekje staan een paar wandelaars te overleggen. Een koe heeft het pad geblokkeerd en lijkt weinig zin te hebben om plaats te maken. Iedereen die het hek opent, wordt begroet met een dreigende blik en een lichte duw met de kop. We twijfelen. Doorgaan op eigen risico, wachten tot de koe vertrekt, of een flinke omweg maken?
Terwijl we nog staan te overleggen, komt er een vrouw aanlopen met een heel klein hondje. Het hondje blaft één keer naar de koe. Tot ieders verbazing schrikt het grote dier en zet het het op een lopen. De weg is vrij. Het moment voelt bijna komisch en doet denken aan het oude verhaal van de olifant en de muis.
De route gaat verder door natuurpark De Koekendaal en kruist de spoorlijn tussen Doetinchem en Winterswijk, geopend in 1885. Daarna steek ik de Oude IJssel over en volg een stuk langs het Waalse Water. Langzaam komt Braamt in zicht.
Daar eindigt deze etappe. Het was een dag vol verhalen, van legendes en geschiedenis tot kleine, onverwachte momenten onderweg. Precies datgene wat het Pieterpad steeds weer bijzonder maakt.
























